Criteria

Wilt u een inschatting maken of uw organisatie in aanmerking komt voor een TOPGGz-keurmerk? Vul dan de Quick Scan formulieren in (Quick Scan voor instelling en Quick Scan voor een afdeling).

Criteria voor het TOPGGz keurmerk geldig vanaf 1 januari 2011 tot 1 januari 2013.

Om het keurmerk TOPGGz te verwerven, vindt een beoordeling plaats van zowel de afdeling (in hoeverre de patiëntenzorg en toegepast patiëntgebonden onderzoek op de afdeling topklinisch van aard is) als de instelling (in hoeverre deze in staat is de kwaliteit van de topklinische zorg op lange termijn te garanderen). Dit geldt voor elk soort ggz-instelling of afdeling waar ggz-zorg aangeboden wordt binnen bijv. een algemeen ziekenhuis. Een afdeling wordt omschreven als een zelfstandige organisatorische eenheid binnen een ggz-instelling die gespecialiseerd is in de diagnostiek en behandeling van een specifieke doelgroep en een substantieel patiëntenvolume heeft en zich gedurende een substantiële periode tot topklinische afdeling heeft ontwikkeld (ongeveer 3-5 jaar) met een geloofwaardige garantie voor de toekomst.
De afdeling moet dus voldoen aan de volgende criteria:

  • Het betreft een zelfstandige organisatorische eenheid met een eigen managementteam dat aansluit bij het primaire proces
  • De afdeling houdt zich bezig met een specifieke patiëntengroep
  • Het betreft een multidisciplinair team met een gemeenschappelijke missie, visie, doelstelling en beleid.
  • Er is regelmatig face to face overleg van de medewerkers over individuele patiënten en afdelingsbeleid 
  • Het betreft een geloofwaardig volume/omvang in relatie tot de regionale positie en functionaliteit met als indicatie:
    o Maximumgrootte ongeveer 100 fte behandelaren
    o Minimumgrootte ongeveer 15 fte behandelaren

Criteria op afdelingsniveau:

De beoordeling van een afdeling gebeurt op basis van 12 criteria die zijn verdeeld over de volgende aandachtsgebieden:
A. Kwaliteit van (topklinische) patiëntenzorg
B. Kwaliteit onderzoek, ontwikkeling en innovatie
C. Kwaliteit van opleiding en nascholing
Om het keurmerk ‘TOPGGz Erkend’ te verwerven voldoet de afdeling ten minste aan alle criteria met een vinkje.

Het keurmerk wordt verkregen voor een periode van 4 jaar. Daarna vindt standaard een hervisitatie plaats. In de tussentijd is de afdeling verplicht relevante wijzigingen die mogelijk van negatieve invloed zouden kunnen zijn op het blijven voldoen aan de criteria en het daarop ingezette herstelbeleid binnen 3 maanden te melden aan de visitatiecommissie. Het betreft bijvoorbeeld wijzigingen zoals het (gedeeltelijk) vertrek van het boegbeeld, senior professionals of hoogleraar, het (voortijdig) stoppen van een promotie of het wegvallen van een stageplaats van de artikel 14 BIG beroepen. Het ingezette herstelbeleid zal er toe moeten leiden dat de afdeling nog steeds aan de criteria voldoet. De visitatiecommissie beoordeelt op grond van de schriftelijke rapportage of een tussentijdse hervisitatie noodzakelijk is.

A) Kwaliteit van de topklinische patiëntenzorg:

1. Tenminste 50% van de patiënten van de afdeling is aantoonbaar verwezen door de 2e lijn of heeft reeds 2e lijns ggz behandeling achter de rug of er is sprake van 3e lijns problematiek. Het betreft steeds patiënten die door hun complexe en/of zeldzame aandoening(en) onvoldoende baat hadden of naar verwachting zullen hebben bij een behandeling in de reguliere 2e lijns ggz. Dit moet door de afdeling inhoudelijk en cijfermatig onderbouwd worden.(√)

2. De afdeling verricht regelmatig en systematisch (gerelateerd aan de doelgroep en de regionale positie) ‘second opinions’, consultatie of advies over individuele patiëntenzorg buiten de eigen afdeling aan 2e lijns ggz professionals of daarmee vergelijkbaren. Hierbij dient in ieder geval onderscheid te worden gemaakt tussen consultatievragen en second opinions. Consultatie/advies vragen hebben betrekking op een directe vraag over diagnostiek en/of behandelbeleid, mondeling, schriftelijk, dan wel via de mail, zonder dat de patiënt zelf gezien wordt. Onder een ‘second opinion’ wordt een verzoek tot diagnostiek en/of behandeladvies verstaan waarbij de patiënt daadwerkelijk onderzocht wordt. De afdeling geeft door middel van een registratiesysteem aan wat de frequentie en tijdsinvestering van de verschillende activiteiten is en door welke professional ze wordt uitgevoerd. (√)

3. De afdeling heeft minimaal één ‘boegbeeld’. Hiermee wordt een behandelaar bedoeld die algemeen erkend wordt als autoriteit op het betreffende vakgebied, blijkende uit een uitgebreide en jarenlange expertise met betrekking tot de diagnostiek en behandeling van de specifieke doelgroep van de afdeling. Dat iemand een boegbeeld is moet blijken uit o.a. publicaties (dit hoeven geen wetenschappelijke publicaties te zijn), presentaties en participatie in de ontwikkeling van het desbetreffende vakgebied. De persoon hoeft niet gepromoveerd te zijn. Het ‘boegbeeld’ moet minimaal één dag per week aan de afdeling verbonden zijn en direct betrokken zijn bij de patiëntenzorg en het beleid van de afdeling.(√)

4. De afdeling biedt minimaal 2 experimentele c.q. innovatieve behandelingen (interventies) aan. Deze behandelingen worden aantoonbaar onderzocht op effectiviteit. Indien een innovatie uitsluitend betrekking heeft op aanpassing m.b.t. de organisatie van het zorgaanbod, moet deze aanpassing substantieel zijn en een duidelijke verandering betreffen in vergelijking met ‘ de doorsnee- behandeling’ en tevens aantoonbaar consequent onderzocht worden op effectiviteit. (√)

5. Binnen de afdeling worden routinematig gegevens verzameld (ROM) van alle patiënten die inzicht geven in de behandelresultaten (effectmeting). De conclusies worden aantoonbaar betrokken bij de evaluatie van zowel de individuele behandeling als het zorgaanbod van de afdeling. (√)

B) Aandacht voor onderzoek, ontwikkeling en innovatie:

De afdeling verricht bij haar topklinische patiëntenpopulatie toegepast wetenschappelijk patiëntgebonden onderzoek. Dit blijkt uit de volgende criteria:

6. Er zijn minimaal 2 senior professionals met ruime onderzoekservaring werkzaam op de afdeling. Minimaal één van hen is gepromoveerd. Eén van beiden kan ook een clinicus zijn met ruime onderzoekservaring, zoals moet worden aangetoond door een aantal recente (van de afgelopen 5 jaar) onderzoekspublicaties in gerenommeerde (inter)nationale tijdschriften over onderzoek waaraan hij/zij actief heeft deelgenomen. Beiden zijn nauw betrokken bij het inhoudelijk beleid en kunnen zo de continuïteit van het onderzoek garanderen. Als indicatie geldt dat er minimaal 1 senior professional ten minste 3 dagen per week werkzaam is op of voor de afdeling; een 2e is dat voor minimaal een dag per week. Minstens één van beide is betrokken bij de directe patiëntenzorg. Indien het werkzaam zijn op de afdeling gerealiseerd is via een vorm van detachering vanuit een andere afdeling ( bijv. een centrale researchafdeling) moet aangetoond kunnen worden middels een overeenkomst met taakomschrijving en tijdsbeslag dat iemand daadwerkelijk voor langere tijd voor een vast percentage van de werktijd verbonden is aan de afdeling en behalve voor concrete projecten ook rechtstreekse verantwoordelijkheid draagt voor het onderzoeksbeleid van de afdeling in het algemeen. (√)

7. Er is een hoogleraar als afdelingshoofd, consulent of als staflid verbonden aan de afdeling. Dit kan aangetoond worden middels een overeenkomst waarin tijdsbeslag en taakomschrijving m.b.t. de betreffende afdeling is vastgelegd. Het betreft minimaal een maandelijks face to face contact.

8. De afdeling doet structureel patiëntgebonden onderzoek. Dit onderzoek heeft betrekken op de kwaliteit, effectiviteit en efficiency van diagnostiek en (experimentele) behandeling van de specifieke patiëntengroep. Met het structurele karakter wordt gedoeld op een traditie van minstens 3 jaar voorafgaand aan de visitatie. Er zijn altijd minimaal 2 onderzoeken gaande waarvan er altijd minstens één een promotieonderzoek is over een onderwerp dat samenhangt met de topklinische functie en rechtstreeks betrekking heeft op de desbetreffende patiëntengroep. (√)

9. Er zijn in de afgelopen 3 jaar minimaal 3 wetenschappelijke publicaties verschenen in een gezaghebbend internationaal of nationaal tijdschrift. Deze hebben betrekking op de desbetreffende topklinische functie en patiëntengroep en wordt gerefereerd in Pubmed (Medline), PsycINFO (PsycLIT) of Embase. Het betreffen publicaties voortkomend uit onderzoek dat plaats heeft gevonden op de betreffende afdeling. (√) 

10. Er zijn in de afgelopen 3 jaar minimaal 3 voordrachten per jaar gehouden op gezaghebbende nationale en/ of internationale congressen of symposia. Deze zijn gehouden door professionals van de betreffende afdeling en gaan over de topklinische functie en/of de patiëntengroep van de afdeling, waarvan minimaal één per jaar op een gezaghebbend congres met een landelijke of internationale uitstraling. (√)

C). Kwaliteit van opleiding en nascholing:

11. De afdeling besteedt structureel en aantoonbaar voldoende aandacht aan overdracht van kennis. Dit gebeurt binnen de eigen instelling alsook (met name) naar andere instellingen, vrijgevestigde hulpverleners en andere betrokkenen. Dit gebeurt via workshops, symposia of congressen. Minimum voorwaarde is dat de afdeling in de afgelopen 3 jaar minimaal één keer zelf een symposium of congres heeft verzorgd over de topklinische functie en/of de patiëntenpopulatie van de afdeling.

12. De afdeling participeert in voldoende mate in de opleiding van artikel 14 BIG specialisten. Het betreft de opleiding tot psychiater, klinisch psycholoog of klinisch neuropsycholoog en verpleegkundig specialist. De afdeling beschikt over minimaal één erkende stageplaats voor een van deze opleidingen zijnde een voor de doelgroep dominante discipline. (√)

Criteria op instellingsniveau:

Om als afdeling een keurmerk te verwerven, dient de instelling waar de afdeling onder valt aan een aantal voorwaarden te voldoen (instellingscriteria). Deze hebben betrekking op de voorwaardenscheppende en ondersteunde functie van de instelling ten opzichte van de kwaliteit en continuïteit van de topklinische afdeling.

Voorwaarde voor het toekennen van een keurmerk aan een afdeling is dat de instelling aan alle instellingscriteria voldoet.

1. De instelling heeft zich in al haar formele uitingen gecommitteerd aan het realiseren en borgen van de topklinische ggz-functie(s) binnen haar organisatie op lange termijn. Dit komt tot uiting in relevante beleidsdocumenten, ten minste in haar Beleidsplan en Jaardocument Zorg. (√)

2. De instelling kan voor minimaal al haar topklinische afdelingen een geldend HKZ-certificaat overleggen. (√)

3. De instelling kan aantonen in financiële zin de Topklinische ggz-functies op lange termijn te garanderen. Zij kan al haar topklinische afdelingen zodanig faciliteren dat zij aan de criteria voor een TOPGGz keurmerk voldoen. (√)

4. De instelling heeft een of meerdere overeenkomsten voor samenwerking met een universiteit en/of een UMC in binnen en/of buitenland, waarbij het wetenschappelijk klimaat van de topklinische ggz-afdeling (en) aantoonbaar profiteert van deze samenwerking. (√)

5. Binnen de organisatie zijn alle opleidingen in het kader van de artikel 14 BIG beroepen aanwezig, dan wel zijn er keuzestages aanwezig in het kader van een contract met een instelling waar hiervoor een volledig erkende opleiding is. (√)